is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van 9 Juni 1902 (Staatsblad no. 87) tot regeling der pensioenen van de militairen der zeemacht (Pensioenwet voor de zeemacht 1902), met enkele aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de beraadslagingen der beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is geweigerd, mits niet wegens wangedrag, onzedelijkheid of verregaande nalatigheid in de vervulling der dienstplichten.

De vaststelling van den bij deze wet bedoelden werkelijken dienst geschiedt met inachtneming van het bepaalde bij de artikelen 11 en 12 en bij artikel 13, sul) 1°. Het bepaalde sub 2°., 4°. en 5°. van laatstgemeld artikel is daarbij niet toepasselijk.

Artikel .'5.

Onder langdurigen dienst, bedoeld onder 1°. van artikel 2, wordt verstaan:

1°. voor zeeofficieren, officieren van het korps mariniers, officieren van administratie en officieren-machinist: veertigjarige dienst;

2°. voor officieren van den geneeskundigen dienst alsmede voor alle onderofficieren en minderen: dertigjarige dienst.

Het recht op pensioen ter zake van lang-

einde te voorkomen, dat de weigering die van zooveel invloed kan zijn voor het pensioen van do subjectieve inzichten der verschillende korp.^kommandanten zou afhankelijk worden gemaakt, waardoor de bepaling eene ongelijkmatige toepassing zoude erlangen.