is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van 8 December 1902 (Staatsblad no. 208) tot uitvoering van artikel 75 der ongevallenwet 1901 (Beroepswet), met aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de discussieën in de beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Belanghebbenden". Yan de regeeringstafel is het herhaaldelijk tegengesproken. De regeering trok het begrip: belanghebbend zeer eng samen, en meende, dat belanghebbend alleen genoemd mogen worden degenen over wier aanspraken of verplichtingen een bepaald geding gevoerd wordt: de arbeider, die eene uitkeering of verhooging van eene hem toegekende uitkeering eischt, de werkgever, die verlaging van de hem opgelegde uitkeering, of verlaging van het aan zijne onderneming toegeschatte gevarenpercentage vordert. De regeering vergat daarbij, dat er onder werkgevers en werklieden een zeker gevoel van solidariteit is, eene gelijkheid van belangen, waardoor het den eenen werkgever uiterst moeilijk zal vallen, zooal niet onmogelijk zijn, onbevangen te oordeelen in een geschil, waarin een zijner collega's partij is; en de eene arbeider onmogelijk met volkomen onpartijdigheid over de aanspraken van zijn medearbeider zal kunnen beslissen. Het geschil, dat heden door een arbeider voor den raad van beroep is aangebracht, kan misschien reeds morgen door den arbeider, die vandaag als rechter zit, evenzoo moeten worden gevoerd; daardoor wordt elke werkgever en elke arbeider in elk geschil belanghebbende. Deze omstandigheid zal allicht haar invloed op de rechterlijke beslissing laten gelden. Dat is de principieele fout van de beroepswet.

De beroepswet heeft, toen zij nog ontwerp was, twee verschillende typen gehad. Het ontwerp, ingediend