is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van 8 December 1902 (Staatsblad no. 208) tot uitvoering van artikel 75 der ongevallenwet 1901 (Beroepswet), met aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de discussieën in de beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in tegenstelling van de civiele procedure waar de leiding van partijen uitgaat.

Een gevolg daarvan is, dat partijen een veel meer ondergeschikte rol zullen te vervullen hebben, dan in gewone burgerlijke zaken. De partijen in de gedingen voor de raden van beroep zijn dan ook, als het ware, meer geschapen, omdat door haar, d. w. z. door het contradiktoir debat dat volgen moet, de rechter gemakkelijker in staat zal zijn, de materieele waarheid te ontdekken. Zij zullen den rechter veelal den weg wijzen, waarlangs hij tot volledig inzicht der zaak zal kunnen komen. Hieruit moet dan ook worden verklaard, dat het bestuur van de rijksverzekeringsbank tot partij is gemaakt in de gedingen voor den raad van beroep. Lag het voor de hand aan dengeen, die eene beslissing van den raad van beroep komt vragen, de gelegenheid te geven, getuigen en deskundigen voor den rechter te brengen, en het noodige bewijsmaterieel bijeen te brengen, om aldus voor zijne belangen en rechten op te kunnen komen, en duidelijk te maken, waarom hij de beslissing der rijksverzekeringsbank in strijd oordeelt met de wet, het bestuur van de rijksverzekeringsbank heeft geen belangen te verdedigen of rechten te handhaven. Bij zijne beschikking, waarover het geschil loopt, heeft het bestuur slechts getracht weer te geven, wat het in goeden gemoede meende den wil der wet te zijn. Maar het spreekt, dat het bestuur zijne gronden heeft, waarom het van oordeel was, dat de