is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van 8 December 1902 (Staatsblad no. 208) tot uitvoering van artikel 75 der ongevallenwet 1901 (Beroepswet), met aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de discussieën in de beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk aantal, worden verhoogd of verlaagd.

(1) „In gelijken getale '. In den raad van beroep hebben steeds twee leden-werkgever en twee ledenwerkman zitting. Waren de eersten minder talrijk in aantal dan de leden-werkman, dan zouden zij vaker hunne functie uitoefenen dan laatstgenoemden. Zij zouden daardoor meer routine verwerven, en dientengevolge wellicht zeker overwicht in den raad kunnen bekomen. Aldus de toelichting aan dit voorschrift gegeven, die blijkbaar uitgaat van de vrees, dat de leden van den raad van beroep niet zoo zeer naar recht, dan naar eigen (klasse-) voordeel zullen gaan oordeelen. Natuurlijk ten gevolge van eene onjuiste opvatting van hunne plichten. De fout schuilt in het systeem der wet, dat er toe brengt, één meer ervaren rechter nadeel te heeten. zoo er niet een ander ervaren tegenover staat. Overwicht door kennis moet worden genivelleerd! Dan liever twee onervarenen !

(2) Plaatsing op de ledenlijst sluit niet in zich verplichting, de betrekking waar te nemen. Men vertrouwt, dat de medewerking zonder dwang zal worden verkregen. Gedeputeerde staten kunnen overigens, alvorens tot de plaatsing op de ledenlijst over te gaan, zich ervan vergewissen, of waarneming der betrekking zal volgen. Blijkt van niet dan zal op dien grond artikel 18 kunnen worden toegepast.

(3) „vierentwintig"; in de veronderstelling, dat maandelijksche afwisseling regel worden zal.

(4) Niet tusschentijds: alléén bij de opmaking van nieuwe ledenlijsten, ten einde lij uitbreiding van het aantal leden den invloed van „belanghebbenden" tot de benoeming der nieuwe leden vooral niet te loor te laten gaan! (Verg. artikel 13).