is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van 8 December 1902 (Staatsblad no. 208) tot uitvoering van artikel 75 der ongevallenwet 1901 (Beroepswet), met aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de discussieën in de beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 13 (1).

Werkgevers en werklieden, volgens artikel 10 benoembaar (2) tot lid of plaatsvervangend lid van den raad van beroep, kunnen werkgevers en werklieden, eveneens daartoe benoembaar, machtigen (3) mede te werken tot het opmaken van eene voordracht voor zulke benoeming.

Deze gemachtigden doen aan Gedeputeerde Staten voordrachten (4) tot benoeming.

Werkgevers kunnen uitsluitend werkgevers, werklieden uitsluitend werklieden machtigen en voordragen.

Ook vrouwelijke werkgevers en werklieden kunnen, voor zoover zij ingezetenen des Rijks tevens Nederlanders zijn, machtigen en gemachtigd worden indien zij voldoen aan de vereischten, vervat in artikel 10 sub 1°., 2°. en 8°. (5)

(1) Zie over de amendementen Talma-van Yliet en -Schaper c. s. en -Fock de inleiding.

(2) Verg. artikel 14. De artikelen 13 en 14 omschrijven — om deze uitdrukking eens te gebruiken — het aktieve kiesrecht, het recht om mede te werken tot de benoeming van leden-werkgever en de leden-werkman van de raden van beroep, tegen-