is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van 8 December 1902 (Staatsblad no. 208) tot uitvoering van artikel 75 der ongevallenwet 1901 (Beroepswet), met aanteekeningen aan de gewisselde stukken en de discussieën in de beide Kamers der Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(1) D. z., in de eerste plaats, partijen en hare gemachtigden.

Verg. artikel 56.

Artikel 102.

Partijen kunnen getuigen en deskundigen medebrengen ter terechtzitting of bij deurwaarders-exploit oproepen om aldaar te verschijnen (1).

De namen der getuigen en deskundigen, die gedagvaard zijn of ter terechtzitting zullen worden medegebracht, worden door partijen ten minste drie dagen vóór de terechtzitting aan den voorzitter medegedeeld.

Deuiwaarders hebben voor de werkzaamheden, ingevolge de bepaling van het eerste lid door hen verricht, aanspraak op belooning ten laste van de partij welke hen in het werk heeft gesteld, overeenkomstig de bepalingen van het tarief van gerechtskosten in strafzaken.

De voorzitter is bevoegd ambtshalve getuigen en deskundigen door den griffier te doen oproepen, om ter terechtzitting te verschijnen (2).

De namen der getuigen en deskundigen worden door den griffier zoo spoedig mogelijk aan partijen medegedeeld.