is toegevoegd aan uw favorieten.

De burgemeester hulp-officier van Justitie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bijlagen alleen maar heeft op te zenden, doch zich van nader onderzoek voorloopig heeft te onthouden.

Wij kunnen ons met die opvatting kwalijk vereenigen.

Wanneer toch de klachte, op welke wijze dan ook, den Hulp-Officier van Justitie is gedaan, is het Openbaar Ministerie, de Officier van Justitie, tot de vervolging van het hij de klachte beweerd bedreven strafbaar feit bevoegd.

Waarom zou nu de llulp-Otticier niet, evenals bij de aangifte van eenig ander feit, niet uitsluitend op klachte vervolgbaar, mogen instellen een onderzoek, waardoor reeds dadelijk de Officier van Justitie omtrent het gewicht en de gegrondheid der klachte wordt ingelicht?

De klachte maakt den Officier ontvankelijk in do latere vervolging, maar zij verplicht hem niet tot vervolging, wanneer de klachte, bij nader onderzoek, blijkt niet vervolgbaar te zijn uithoofde van het onbekend blijven van den dader of bij gebrek aan de noodige bewijzen van diens schuld.

De meest voorkomende klachten betreffen beweerde beleediging, smaad, laster enz.

Omtrent een en ander is bij het Wetboek van Strafrecht een ander beginsel aangenomen dan bij den Code 1'énal het geval was.

Het schijnt nuttig het verschil kortelijk aantegeven.

Volgens den Code Pénal werd hij als lasteraar beschouwd, die, met het oogmerk om te beleedigen, in het openbaar iemand zelfs een waar feit ten laste legde, dat hem, indien dat feit waar was, of aan vervolging óf aan den haat en de verachting der burgers zou blootstellen, wanneer de waarheid van het ten laste gelegde niet bleek uit een authentiek stuk.

In ons Wetboek van Strafrecht is als beginsel aangenomen de stelling, lanter is lutjen. Daaruit volgt echter niet, dat