is toegevoegd aan uw favorieten.

De burgemeester hulp-officier van Justitie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die laatste zijn: diefstal gepleegd met geweld of bedreiging met geweld tegen personen; gedurende den voor de nachtrust bestemden tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat; op der. openbaren weg; of in een spoortrein, die in beweging is ; met braak, verbreking, inklimming, valsche sleutels, met een valsche order of een valsch kostuum.

De wetgever koos het woord woning boven de woorden bewoond huis, omdat daaronder, zonder nadere definitie, ook bewoonde voer- of vaartuigen zijn begrepen. Een als woning gebruikt huis blijft een woning, ook al is de bewoner tijdelijk afwezig. Zie verder over het begrip woning hiervoor blz. 87 en 88, en Smidt II blz. 478 en 479.

Behalve van braak spreekt de Wet ook nog van verbreking omdat de volkstaal onder braak verstaat 1°. het breken waardoor een huis, hetzij buiten, hetzij binnen, wordt geschonden, t. w. liet verbreken van muren, wanden, vensters, deuren enz. 2°. het breken van of aan groote meubels, als kasten, lessenaars enz., die deuren of gesloten laden hebben.

Onder verbreking wordt verstaan het verbreken van kleinere voorwerpen, als trommels, doozen, kistjes, spaarpotten enz. De beide woorden te zamen omvatten elk breken, van welk voorwerp ook 1).

Na dit alles te hebben doen voorafgaan, waarvan de wetenschap noodig is bij het door den Hulp-Officier van Justitie in te stellen onderzoek bij diefstal, blijven wij bij dat onderzoek zelf stilstaan.

Wij stellen twee gevallen: 1°. een diefstal uit een weiland of van een erf; en 2°. diefstal in een huis.

1) Zie Mr. Smidt, t. a. p. op Art. 311, Dl. II, bl. 479 en aldaar de opmerking van Prof. M. de Vries.