is toegevoegd aan je favorieten.

Teddy's boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe is 't mogelijk! Die jongen kan toch niet bij ons komen, en wij niet naar hem gaan; alleen Huug natuurlijk."

„Dat zie ik niet in !" herhaalde Teddy koppig.

„'t Hóórt toch niet," zei Hope, die er van hield de vormen in acht te nemen. „Je kunt toch geen vreemden jongen gaan opzoeken, Teddy! Huug zal er natuurlijk over een paar dagen wel eens heengaan."

„Dat zal nog te bezien staan," antwoordde Hugo. „Ik houd niets van patienten; ik voel er me zoo raar en onrustig, en ik weet nooit wat ik praten zal."

„Dan vind ik je een lomperd en een gruwelijke egoist," verklaarde Teddy, meer oprecht dan beleefd, „'t Zou onhebbelijk van ons zijn als we hem 't leven niet een beetje vroolijk probeerden te maken. Hij is hier heeleniaal vreemd en altijd aan huis gebonden. Aan geen enkel pretje zal hij ooit kunnen meedoen."

„Ik vind ook Huug, dat je er wel heen moet," zei Hope op zachter toon.

„Niets geen lust in, hoor!" antwoordde hij lachend. „Laat Ted gaan, als zij er zooveel voor voelt."

„Maar zij is een meisje", — begon Hope.

„Voor de helft maar," viel Hugo in, terwijl hij plagend een leelijk gezicht trok tegen zijn