is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ Verpligt, mijnheer Ovens! verpligt!" binnenkomende, had de gast besloten, mevrouw Ovens een kompliment te maken over de apprèts op het zijtafeltje; thans hield hij het, beter ingelicht, raadzaam te bedanken; „verpligt!" en eensklaps oogen geworden voor de pendule, rees hij op; „ik worde gewacht op eene comparitie, en u wacht de beurs; men zou buiten mij wel voortgaan, maar buiten u? — ik ben reeds indiscreet geweest bij een man van zaken; —• uw dienaar, mijnheer Ovens! •—• Hendrik zal de eer hebben u te komen zien; heengaande, recommandeer ik mij en pc re de familie; — mijn respect aan mevrouw; ik bid u, geef u geene moeite

Ovens vergezelde hem in den gang, schoon Thomas toeschoot.

„Niet verder dan tot de zijkamer, — mijn respect!" herhaalde Van Oudenhove.

En de man des huizes moest haar wel binnentreden; mevrouw, die het „respect* gehoord had, zag hem triomfantelijk aan.

„Hij kwam solliciteren voor zijn zoon." zeide Ovens, en genoot liare nieuwsgierigheid, „om liet secretariaat van — *

„Ah! Ie tic!" zuchtte mevrouw.

E11 de koopman ging naar de beurs — terwijl de kwijnende kranke zich op het bezoek van den doctor — de oude kennis, dien wij nog zoo weinig kennen — voorbereidde.

III

Ten Have had zich van zijnen droeven pligt aan hot overschot van Graevestein gekweten; ten gevolge van 's mans uitersten wil was het met dat zijner geliefde gade vereend.

Het bleek het ligtste te zijn geweest van den last, hem door zijnen vriend opgedragen. Met looden schreden mogt zijn voet <le lijkbaar door het Muiderzand zijn gevolgd; somberder was