is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden. Marie, die... — Wat greep den vijftiger aan, dat hij het boeksken een oogenblik digtsloot, dat hij den vriend vergat, wiens achteruitgang hij zich verklaren wilde, buiten twijfel als het bij hem was, dat geene verkwisting daarvan de oorzaak konde zijn; wat greep hem aan? - Ten Have had zich verloofd aan Marie, zeiden we; hij, de jonkman, die te rijk zoude worden 0111 ooit te praktiseren, aan de schoone, maar arme weeze van goeden huize — en echter, hoezeer over de vijftig, was hij nog ongehuwd! Weder hield hij het boeksken in zijne vingers geopend, weder wilde hij de cijfers van het kapitaal van Graevestein volgen, kleiner als deze werden door het gedwongen far ni ente der eerste praktijkjaren - het lot van zoo menig jeugdig regtsgeleerde! - maar het ging niet, maar Ten Have's voorhoofd rustte op nieuw in zijne hand. Helaas! indenzelfden tijd, dat Graevestein de eerste geneugten van den echt smaakte, en zich die nadeelige balancen getroosten kon, of dit in allen gevalle deed, dewijl het toch waarschijnlijk was, dat zijne oudere confrères eenmaal hunne rust zouden nemen, of ter rust zouden gaan, in denzelfden tijd, dat zijne Anne opwies, dat zijn Doortje geboren werd, was Ten Have allerlei leed ter prooi geweest. Er zijn ongeneeslijke wonden, voor de ziel als \ooi liet ligchaam, wonden, die weder openspringen, als ge dat het minste verwacht. Op eenen schoonen zomermorgen had Ten Have eenen drenkeling, een lijk. het lijk zijns vaders! in den vijver van hun buiten verrast, toen deze vroeg uitgereden heette, om een vierspan rossen te gaan zien, hetwelk naar de paardenmarkt werd gevoerd, een vierspan, de weerga van het zijne! I>ie ochtend was het keerpunt van het lot des jongelings geweest; eensklaps werd de pligt, voor zijne moeder en zijne zuster te zorgen, hem opgelegd, daar het bleek, dat eene bankbreuk zijns vaders onvermijdelijk was geworden, als de dood van dezen geene likwidatie t e 11 e q u e 11 e had