is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haren vader oordeelde; — dat de tiktakster liet wel met haar meende, kwam niet eens bij haar op. De schemering viel in, de lamp werd aangestoken; Doortje las naar gewoonte eene preek van Broes, den lievelingsleeraar van nicht Elsabé — maar trots al de scherpzinnigheid der oude vrouw, vond zij den stijl duisterder dan ooit, dewijl het in haar eigen gemoed niet helder was - Anne hield prekenlezen voor huichelarij, en Doortje wenschte naar het: „Amen!"

Iets, waarnaar ik onder 's mans gehoor nooit heb gewenscht.

Het avondmaal werd door het drietal stroef en stil gebruikt: <le zusters wenschten nicht Elsabé goeden nacht; de zusters gingen naar hare ouderwetsche slaapkamer, en alleen waren zij er, schoon zaïnen, toch a 11 e e n. Hoe anders dan gister, omstreeks denzelfden tijd ! Toen hadden zij gelagchen en geschertst over de vreemde vogelen des behangsels; toen hadden zij den mandarijntjes, in de hoeken des vertreks, de knikkers doen schudden, — als waren zij de dartele dochters eener vroegere eeuw geweest, wanneer deze zich vrij gevoelden van baleinen rijglijf en baleinen rok. Een oogenblik van joligheid, waarom gij de meisjes, hoop ik, niet minder acht; een oogenblik, als er bijwijlen komen moesten, zoodra de < iraevesteintjes buiten den dampkring van nicht Elsabé waren, die, hoe goed ook, de geschiktste gastvrouw voor alle karakters niet was. Arme zusters! — het onweder, dat Doortje lang reeds had zien opkomen, was uitgeborsten, — voor afleiden bleek de ure voorbij; — wat moest zij doen? — zij peinsde, — ze zweeg. En Anne? Het tijdstip bleek gekomen, waarin zij toonen konde, of de goede voornemens, bij het sterfbed van haren vader opgevat, ernst waren geweest, heilige ernst; — liet zou de eerste toets zijn — hoe stond zij dien door? —Daar sloeg Doortje haren blanken arm om de leest der zwijgende; daar zag zij haar zoo hartelijk aan, terwijl zij waagde te vragen: