is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die arme Anne! Ondanks haar zelve, vergeleek ze haar lot met dat van Louise — en echter zou zij, ten prijs der koelheid, deze eigen, met haar willen ruilen? Neen, — nooit! — en met veerkrachtiger stap ging zij verder, ging den Heiligen Weg op, ging het huis langs, dat weleer de lofzangen der Clarissen hoorde, en dat 1111 weergalmt van de verwenschingen der gegijzelden : — eene gevangenis, welke Dickens bezoeken moest, om haar voor heel Europa ten toon te stellen ! — ging het Koningsplein over. Het verbaze u niet, dat hare hand, onder de kap, eensklaps langs hare oogleden gleed. Van verre zag zij het huis haars vaders! hl andere stemming plagt zij het jaren lang van die zelfde sluis te onderscheiden; gedachten, als het nooit had gewekt, rezen thans bij haar op;— ,voort!" dacht zij, „voort!" —en waartoe u langer opgehouden : waarom ons niet eensklaps met haar op de Baangracht verplaatst, waar zij vroeg: ,of hier niet ergens mijnheer Burdach woonde?"

,,I)e muzijkmeester? 0 ja wel!" antwoordde haar een wijf uit een kelder, waarboven „Water en Vuur" stond te lezen, ,ziet ué waar die blompotten voor de ramen staan? daar woont hij;" en terwijl Anne „dankje!' zei, en voortging, kwam het wijf de trap op, zette de armen in de zijden en begon een praatje met de jufvrouw van boven, die in het nachtjak over de onderdeur lag. „Wat moet die bij den oude?" vroeg het water en vuurtje; doch ik spaar u de vriendelijke gissingen, welker aard ieder vermoedt, als ik er bijvoege, dat een gebogchelde schoenmaker, die ze hoorde, terwijl hij in het voorhuis der naaste woning op zijnen driestal zat, der buurtjes toeriep: „Zoo als de waard is, betrouwt hij zijn gasten!" De jufvrouw in het nachtjak droop af, ik meen, droop haar kamertje in: „wel, draak! wat let me?' riep het water en vuurtje; maar Anne was reeds buiten het bereik harer stemmen, en ter teekening van de buurt volstaat de toets. Zeven of acht