is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huisgewaad, noch kalotje aan; op deze zaagt ge een man, die den middelbaren leeftijd had bereikt, maar wiens gezigt minder uwe aandacht tot zich trok, dan de tallooze krullen, die van zijne kruin tot op zijne schouders kronkelden: dan het Huweel en de zijde waarin hij was uitgedost; dan het bijwerk en het verschiet.

„Onze voorzaat, uit de dagen van Willem III, vergat het zelf,-' begon Hendrik weder. „Als gunsteling van den prins grondvestte hij ons geslacht in de regering der stad, ten koste van de beginselen, die zijn vader op het kussen bragten, en welker voorstaan er dezen met meer eere deden af bonzen, dan ooit de nakomelingen des zoons wegdroegen, hoelang zij het ook hebben bekleed."

„Hoe!" riep van Oudenhove verbaasd, verontwaardigd. „Vader, uwe verwondering bewijst, helaas, wat ik zeide; bewijst, op welk een verschillend standpunt wij staan. Als die beide mannen van den wand op ons konden toetreden, dan zou u geen' moed genoeg hebben, den grijsaard de hand te geven, daar zoo iemand u 0111 al uwe posten brengen kon, dan zou ik met schaamte moeten bekennen, dat ik met den gunsteling van Willem III slechts te zeer het verloochenen, het prijsgeven mijner overtuiging gemeen had; maar tevens wenschen dat de oude zijne hand op mijn hoofd wilde leggen, zeggende: „het verledene zij vergeven; van nu aan, beter u!"" „Jongenlief, jongenlief!" riep Van Oudenhove, „dat stilzitten maakt je hypochondrisch : een uitstapje zal je goed doen; — ik wou, dat je acht dagen op Lindenliof bleeft; — Louise " „Vader!" borst Hendrik uit, „heb ik dan vergeefs voor u mijn gemoed blootgelegd; vergeefs willen zeggen, dat u onze afkomst maar een middel van aanbeveling houdt, terwijl die mij van lieverlede helderder wordt, als verpligtingen opleggende ; wilt ge, kunt ge mij dan niet verstaan? Och, lach