is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallende zijn. — Een groot heer. een oud vrijer, die twee en zeventig overhemden kocht, had het jongsken bij zijne prullaria van schetsen verrast; had die doorgesnuffeld met blijkbare belangstelling, had hein eene plaats op de Akademie der Beeldende Kunsten beloofd, en om den wille der handshoogte, die de knaap opsprong, toen hij hoorde, dat hij teekenen leeren zou, woord gehouden. De weduwe van \ een verweet zich zelve in de overpeinzing, van welke ik sprak, dat zij de bede had ingewilligd, wat zeg ik? dat zij, door de vreugde van haar kind verleid, er den grooten heer mede om had verzocht. Schoon de borst zich op de burgerschool, die hij 's daags bezocht, door zijne vlugheid onderscheiden bleef; schoon zijn gedrag haar geene reden tot klagten gaf, het vooruitzigt, dat er eens een bezadigd winkelier uit hem groeijen zou. was niet helderder geworden, sedert hij zijner aangeboren zucht voor de kunst botvieren mogt. Maar al ontbrak der moeder, in spijt van het gevaar, dat zij er uit voorzag, de moed, haar eenig kind die vreugde te ontzeggen, de vrouw vergenoegde zich met eenen zoo onbevredigenden uitslag der beschouwing van haren toestand, als louter verzuchten zou zijn geweest, niet. Wakende bragt zij den nacht op haar eenzaam leger door, tot de klok vier ure sloeg; toen scheen zij een middel ter gemoetkoming in hare uitgaven te hebben gevonden: toen bad zij, toen sliep ze in. Den volgenden morgen vroeg ontwaakt, leed het niet lang, of een timmermansknecht spijkerde een bordje aan eenen der posten van hare deur: ,twee kamers te huur." Het was geen klein offer, kommensalen te gaan houden voor haar, die het nooit bij hare ouders gewoon was; het zou hard zijn, hare vrijheid te missen, maar liever dat, dan achteruitgang, dan armoè. De buurt had er den mond vol van een weeüwtje, dat heeren in huis nam, — de meid vertelde het haar; — Warner, zoo heette haar kind, vroeg