is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinneringen niet tot diegene behoorden, welke men zich met geen' glimlach weder te binnen brengt, hoezeer men dien toestand te boven kwam; als zij niet altijd pijnlijk bleven aandoen, dewijl schaamte ons op dat oogenblik het bloed naar do wangen joeg; dewijl de vreeze voor schande ons hart krimpen deed; hoe goed zou van Veen dien oogenblik nog in een genreschilderijtje kunnen veraanschouwelijken! Moeder weende uit aan zijn hart; moeder wierp schichtig een' doek over de weinige kostbaarheden, op de tafel uitgespreid, toen de meid, door nieuwsgierigheid naar de binnenkamer gelokt, hen bij deze dreigde te verrassen ; — moeder nam in aller ijl hoed en doek. „Neen," zeide Warner, „dat kan ik doen;" en zoo er zijn, die het alledaagsche leven prozaïsch wanen, ik wenschte, dat zij zich den jonkman voorstelden, die een oogenblik te voren in de wolken was over den door hem behaalden prijs, en die nu de eene straat voor de andere straat na insloeg en uitging, tot het zoeken van een afgelegen pandjeshuis. Hij vond er eindelijk een, door niemand bespied; — hij gloed het in, hij stapte het uit; — hij was in een omzien weder 111 den winkel van zijne moeder. „Waar woont de deurwaarder? (luisterde hij, — en had het naauwelijks gehoord, of was al op weg. En de man mogt niet meer te huis zijn, mogt onder zijne pijp en zijne flesch een partijtje maken in zijne societeit, hij bewoog dezen het geld aan te nemen — de deurwaarder zou het hem gerust tot den volgenden morgen hebben gelaten; hij zag wel, dat zijn bezoek het eerste geregtelijke bij de weduwe van Veen was geweest! De goede vrouw, zij had in lang geo-

nen zoo gelukkigen avond doorgebragt, als deze voor haar werd.

onwillekeurig bemoedigd door de beradenheid, die Warner 111 het gevaar had betoond, door de plannen, welke hij voor de toekomst ontwierp. „Opgeven," zeide hij — „fout, failliet," wilde niet over zijne lippen; „opgeven, dat mogten zij niet! een wei-