is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•schouders te vlijen, daar hij op de bank was gewipt; maar Warner keerde hem niet af, Warner liet hem begaan. Hand in hand zaten zij daar, en zagen elkander aan en lazen, zij in de bruine en hij in de blaauwe oogen, lazen wat ik u toewensch, dat gij eens als een van beide lezen moogt, liefde, louter liefde!

Het scheen een hoofdstuk zonder einde te wezen, want vijf minuten verliepen, en nog lazen zij voort, en weer vijf verstreken, en nog altoos lazen zij met dezelfde belangstelling, en daar kwam oom uit den moestuin, 0111 zijn eindje pijp maai voor de tweede maal te stoppen, daar tantes dutje dien middag geen einde nam .... Op vlogen Aafje en Warner, en de krulhond had liet hun geen' dank te wijten, dat hij niet op den theeketel te land kwam.

„Cardoes!" zei de oude, het beest strooiende.

„Oom!* schertste van Veen, .,wij moesten ons stilhouden.

„En knor ik dan, Warner? Kom, Aafje! het is jaren geleden. maar ik ben ook jong geweest ga maar eens zien waar tante blijft."

Een hart, dat zich in den herfst des levens gaarne herinnert, hoe het in zijn' groenen tijd te moede was, verzoent het u niet met de vilten pantoffeltjes, lezer, waarin ik dien man het eerst voor u opvoerde; wischt die trek niet tevens de verdenking van dommelzucht uit, waaraan ik liet paartje onwillekeurig prijs gaf, door het dutje van tante? Dat ge ja kniktet! Ge zoudt er de vreeze door beschamen, dat men voor onze burgerlui geene belangstelling winnen kan, ten zij men hunne zwakheden verzwijge: ge zoudt er mij moed door geven ter verdere getrouwe navolging eener natuur, die ook zonder pracht of passie treft. Vijf en dertig jaren waren mijne oudjes getrouwd geweest, vijf en dertig jaren, welker slotsom zich in weinige woorden vermelden laat. Van meet af begonnen, zaten zij er