is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jufvrouw Graevestein," zeide onze oude kennis, „wat hebben wij elkander in lang niet gezien!"

Het waren onbeduidende woorden, ma is c'est le ton qui fait la musique, zou mevrouw Ovens zeker hebben gezegd, als zij oi> dat oogenblik niet louter aandacht was geweest voor Louise. Moeder en dochter overreedden den baron, hoe weinig iemand van Anne's begaafdheid bij eene fantaisie wagen zou ; mama voegde er s u r u n t o 11 d e 111 y s t é r e bij. dat zij er veel, dat zij er alles door kon winnen.

rJufvrouw (iraevestein," begon Aemssens, ,.ik aarzel waarlijk, 11a alles wat ik hoor, liet u af te raden; — als u den moed heeft 0111 te fantaiseren, niemand zal het aangenamer zijn dan mij."

„Ik bid u. doe het!" bad Hendrik van Oudenhove; „er was een tijd, dat... ."

Mevrouw Ovens mogt gissen zoo veel zij wilde, raden wat er in Anne's gemoed omging, deed zij niet. Zonder Hendrik aan te zien, wendde zij zich tot Aemssens :

„Als u mij in den beginne accompagneren wil.* smeekte zij, en gaf hem den toon aan. en het thema, dat haar voor den geest zweefde.

„Om u, gaarne," zei de baron, en Anne plaatste zich voor de piano; maar Hendrik van Oudenhove stond ditmaal buiten het bereik der blikken, die mevrouw Ovens van hare e h a i s e longue werpen kon.

En zal ik nu eene uitvoerige schets geven van wat zich naauwelijks schetsen laat? van eene improvisatie op de piano, slechts bij lange tusschenpoozen door de viool van Aemssens versterkt of vervangen? eene improvisatie, die door Hendrik van ( Hidenhove alleen volkomen werd verstaan? Het schitterende gehoor verbaasde zich misschien over den eenvoud des aanhefs, over het rustige van het motief, dat Anne's klankenvloed ter