is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volzinnen ten dienste van de balie. .. (tot edmond.) Het is n gelukt, mijnheer, de balie der nieuweren met de welsprekendheid te verzoenen.

EDMOND.

Mijnheer!...

bernardet.

Die uibaniteit van dictie, dat fashionable van fijne scherts, die niets aan de kracht der redenering en aan de warmte van den stijl ontneemt; — gij zegt buitendien goed op, eene zeldzame gave: een zeel fiaai orgaan. . . , veel edels in de gebaren.

edmond.

Uij hebt mij gehoord?...

bernardet.

Ik heb niet wezenlijke belangstelling al uwe pleidooijen bijgewoond.

osc'aij.

In waarheid? (tot edmond.) Gij ziet, dat hij u kent. en hij had het mij niet gezegd!

bernardet (ter zijde, terwijl hij de .schouders ophaalt.)

Welk een volmaakt eerlijk man!

EDMOND.

Hoe! gij waart onder de toehoorders bij mijn laatst pleidooi?

bernardet.

Ik was er niet op mijn gemak... uit hoofde der tallooze menigte, en ik heb zonder twijfel veel verloren; inaar niettemin heb ik er tot mij zelven gezegd: „Ziedaar iemand, dien ik gaarne tot mijn vriend zou maken, want ik ben de vriend van alle talenten ;" en, dank zij onzen goeden Oscar, mijn wenscli is vervuld.

Hoe vele tooneelen van letterkundige kennismakingen te onzent, met dit iri bespottelijkheid wedijverende, zoude ik u kunnen schetsen, indien ik mijne herinneringen, van 17H5 af. wilde prijs geven!