is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bernardet.

Maar welk eene slechte gewoonte heeft ook die duivelsche Oscar ons boezem-vrienden voor te stellen, «ier naam men niet eens

kent! ,, .

oscar (tot Bernardet).

Is het mijne schuld? dooi' den lof, dien gij hem toezwaaidet,

dacht ik, dat gij hem beter kendet dan ik.

Mr. de monïlixar.

Maar gij voelt wel, dat dit zóó niet kan afloopen.

bernardet.

Is het u ernst ? een vijand ondanks hem zeiven eene dienst te doen, door hem vermaardheid te verschaffen?... er zijn lieden in de wereld, die zich zouden laten doodslaan om bekend te worden, en gij zoudt hem zulk eene kans, zulk een voordeel aanbieden i Daar hebt gij te veel geest, te veel doorzigt, te veel wereldkennis toe!

Dat is 1'arijsch van top tot teen !

Eenige figurant-bentgenooten, Léonard, Savignac en 1 ontigni, treden binnen; men gaat eindelijk over tot de keuze van een d é p u t é. Het is weder Bernardet, die liet woord voert: hij zelf verlangt niet te worden benoemd, dewijl hij door Césarines invloed professeur a 1 E c o 1 e de m é d ecine hoopt te worden; maar hij zoude gaarne zien, dat de keuzo der bent zicli op haren neef Oscar Rigaut bepaalde. Zij heeft hem door hare migraines en hare spas m e s n e r v e u x eene uitgebreide praktijk bezorgd ; hij dient haar daarentegen tot (iazette ambulante en Bulletin a d o m i c i 1 e voor do geheimen, welke zij wereldkundig wil hebben; zij intrigueert op dit oogenblik voor hem bij een minister en hij intrigueert voor haren neef bij de bent. A\ elk een rijkdom van intrigue! — ook dat is Parijsch van liet hoofd tot de voeten.