is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dier monarchie cle hollandsche taal door den eersten hollandschen dichter werd verloochend.

Maar Abbas gaat ten strijde,

Kn Sadig heeft geen brood :

de hand des lots is Bilderdijk harder gevallen, dan zelfs zijne vijanden wenschten; ons toeft belangrijker schouwspel, dan de zwakheid van eenen uitstekenden geest.

Hollands naam werd uitgewischt van de wereldkaart: Hollands letterkunde was nooit schooner, dan in die dagen van rouw. Ik wil geene levenden vleijen, maar ook geene dooden zien verongelijken. Kunstregters onzes tijds, predikt in het belang der poëzij een kruistogt tegen den bombast, waarvan Helmers beste verzen overvloeijen; maar predikt tevens, zoo ge billijk wilt zijn, eene beevaart naar Helmers graf, opdat de profetie bewaarheid worde, door van Hal! in deze meesterlijke regels uitgesproken:

Nooit zult ge, o Vaderland! vergeten Den Hard, die in uw' jammernacht,

Al zingende op uw puin gezeten,

Daar stervende u nog offers bragt;

Die u, gelukkig door 't verleden,

\ olzalig roemde in 't naadrend lieden :

Die, tijd en lot vooruitgesneld,

Aan t hoofd van uwe Dichtrenscharen,

Den val van uw geweldenaren En 's werelds vrijheid heeft voorspeld!

Als had liet hollandsche proza ditmaal niet onder willen doen voor de hollandsche poëzij, tartte Fokke in zijn volksboeken het geweld en blies het heilig vuur aan, dat nooit te onzent waakzamer priester behoefde. Verheft u dan, beoordeelaars onzer prozaschrijvers, met ijver tegen de gezochte geestigheid, de Haauwe aardigheden, de duldelooze platheid