is toegevoegd aan uw favorieten.

Avonturen als straatmuzikant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duchtig vermoeid had. En weer werden we op de meest gulle wijze onthaald op limonade en sigaren.

Voor Naphta's stem mag die limonade zeer goed geweest zijn, mij stond ze zoo laat in den middag minder aan. Daarom stapte ik naar 't buffet en vroeg de juffrouw, die daar achter stond:

— „Une Cats, s'il vous plalt."

„Kats, kats " en ze deinsde van schrik terug, te verbaasd om dadelijk verder te gaan. „Dat" — en er lag de meest ongeveinsde ontzetting in haar stem — „d&t verkoopen we hier nicht Verkaufen we hier nicht !"

— „Ach so, das verkaufen Sie nicht. Auch kein Bier?"

— „Nein, Nur gemberbier."

— „Eh bien. Du limonade alors."

Naphta zat me stiekum uit te lachen, omdat ik bot gevangen had, en wees me met een veelbetcekenenden blik naar een paar platen aan den wand, die ik nog niet had opgemerkt, en waarop die zeer nuttige en tot nadenken stemmende spreuken gedrukt stonden, welke men daartoe aan den Bijbel pleegt te ontleenen.

Ik begreep, dat we in een christelijk logement onderdak gezocht hadden. Dit bracht in eens 'n nieuwe kleur in de geschiedenis; we zagen elkaar eens begrijpend aan en gaven toen een knikje van verstandhouding, dat zooveel moest beteekenen als: kom, laten we het er op wagen, het is in elk geval weer iets anders dan de politiewacht te Noordwijk of de zolder van den schoenmaker, of de nacht op den Wageningschen berg, of 't alcoofhok in het logement van Simmers.

Maar we wisten nog niet of men ons wel herbergen wilde. En eerlijk gezegd was ik daar in 't eerst niet zoo heel zeker van. \V e hadden eigenlijk van het eerste oogenblik dat we daar binnentraden, gemerkt, dat we er niet thuis hoorden Het was er zoo netjes, zoo zindelijk, zoo burgelijk-fatsoenlijk, dat wij r met onze verloopen zwerverstronies en afgedragen kleeren haast als iets onreins kwam invallen. We voelden de vrees, den afkeer, schoon dan ook vermengd met een ongeveinsd-christelijk medelijden, bij den logementhouder en zijn echtgenoote, bij de gasten, bij het geheele personeel. Eu daarom waren we bang, dat men ons geen onderdak voor den nacht zou willen verschaffen, dat men er, niet nadrukkelijk willende weigeren, wel iets op vinden zou om or.s voor het sluitingsuur weg te krijgen. _

— „Pouvons nous manger ici? Können wir was zum Essen bekommen?" vroeg ik als inleiding.

— „Zeker, wilt u hier eten? Ik zal het even voor u bestellen.

— „Et loger?"

— „Logeeren jawel," zei de juffrouw in 't buffet na eenig

nadenken, maar dat kost drie kwartjes per nacht voor ieder."

Daar hadden wij niets op tegen. We moesten toch weer eens een rustigen nacht hebben na al de zonderlinge ervaringen van de afgeloopen dagen en daarbij .... het kon thans lijden.