is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Allemachies .... wat stil . .. .«

»Wat donker .... :t is laat hè?«

»Ja .. .. hou je nou stil, kijk nou uit.«

Er schemerden overal vaag witte plekken van neergelaten gordijnen als druilende oogen. Enkele raamvakken waren verlicht, broeiden geel-rossig in hun zware contouren als brandende zonnen. Een enkele keer streek er een duistere schaduw snel, dwars over een der hardgele lichtvlakken.

»Daar benne ze nog op,« fluisterde een in bewondering.

»Daar ook.«

»Je kan niks zien vliegen. hè?«

»As je maar kijkt,« fluisterde het meisje terug, »ze vliege natuurlijk niet zoo laag.«

Saamgedrongen met de hoofden dicht bij elkaar, sloeg de warme adem hen kil om de hoofden. Een flauw dun-gele schemer als een weefsel van ragfijnen kant waasde voor de ramen beneden. De jongen rekte verlangend zijn hals, trok zijn bovenlijf hoog in het raam.

»Duvel d'r niet uit, verdikkie,;; waarschuwde't zusje, hem steunend.

»Ze hebben licht op,« fluisterde hij terug.

»Hou je nou stil.... schreeuw nou niet zoo.«

»Daar.... daar....!« wees er een.

»Hou je bek, da's een vleermuis, 't is een heele langwerpige vogel, je ziet hem natuurlijk wel ankomme ze zijn heelemaal wit en lang.«

»Wat een sterre, hè .... !«