is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd, tien uur kenne ze er pas in, heeft-ie gezeid.«

» Moeder!« riep het meisje van achter de tafel; »hij wil niet da k m wasch, — zoo n lummel* drifte ze opeens bruusk en haar lenigen arm knelde met een forschen ruk t huilende hoofd van den jongen tegen zich aan. Ja als-je trapt,« praatte ze radjes door tegen den spartelenden jongen; »dan boen ik je. .. dat je blauw ziet... of mot ik moeder roepen!«

»Laat-je je wasschen!« snerpte de vrouw kort, »mot-je vuil over straat! he.« Zijn dik proppig lijfje, met de kort spartelende beentjes wrong zich wanhopig onder den stevigen greep van haar handen. In haar klein vinnige handjes, had ze dreigend de groote groffe spons. Zwaar gedrenkt in het prikkelend zeepsop, beplenste ze zijn kwaadaardig, vinnig-huilend gezicht, «Lekker, hè, kleine duvel,« sarde ze fluister-lachend van innige pret, met 't water-glimmend gezicht strak tegen zich aan. Ze gluurde naar het angstkrimpend gezicht met de dichtgeknepen oogen. Zijn haar droop als zwaar besproeide grasjes.

Dikke stralen gleden langs zijn bol glanzend gezicht, langs zijn nek, tot achter het losgeknoopt kraagje.

»Moeder. ..!« gilde de jongen, driftwringend 't weerspannige lijfje.

»Nou, hoe is t. heb je die jongen nou klaar, Miep ? als je m sart krijg-je ransel 1« dreigde de moeder ongeduldig.

s Ach, die jonge drenst voor niks!« riep ze geprikkeld terug.