is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ Me hoofd... me hoofd,« kreunde de jongen onder haar wild-woelende handen.

»Hè, wat een bek, 'k zal je niet vermoorde.«

»Au ... au! kreunde de jongen opnieuw luidschreeuwend.«

»Wat voer je toch uit met die jonge, droog 'm dan af!« riep de vrouw en doorheen; »'t lijkt wel of-t-ie vermoord wordt.«

»Allemachies, ik droog 'm maar af. :k kom enkel zoo an zijn haren, 'k doe 'm niks! — Leelijke klikkert, pierlepoot, als je op straat komt ransel 'k je af,« fluisterde ze hem rad in zijn oor. Geniepig-hard wreef ze hem droog, met den schurenden doek over zijn verwilderde haren. »Lekker warm, hèr«

»Ja Miepie, . . . au, me oor!«

»Nou, die motte toch droog, lummel, kan-je dan in een kerk komme met natte haren? dan mag-je d'r niet in!«

Stevig wreef ze den doek over zijn rood gloeiend gezicht. «Doet 't geen pijn ?« vroeg ze plagend verwonderd naar het rond strak-krimpend gezicht.

»Néé.« Hij schudde met saamgeperste pruillippen mismoedig 't hoofd.

»Heelemaal niet ?«

»Nee Miepie.«

Toen wreef ze zijn kort dikken nek met haarkleine krachtige hand, regelmatig op en neer als schuurde ze het koper in de keuken.

Over leegstaande stoelen spreidde de vrouw zorg-