is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Hier..!« schoot de vrouw wantrouwig uit, vóór ze nog weg was: »wat heb-je, laat zien, doe open je hand.«

»Een zuurbal, dat zie je toch welU brutaalde er een; »en ze geeft toch een cent.«

»Ja 'k geef toch me cent,« brabbelde de ander na.

»Nee nest,« snauwde de vrouw, de klein-vinnige hand openend: »die koste geen drie, dat weet je bliksems goed van de Zondag, die benne maar twee voor een cent.«

»Zulk tuig, hè,« gromde ze de kinderen achterna en kletste den warmen zuurbal terug op het schaaltje. Twee kleefden er lijmerig in de hand van het kindje.

Buiten rumoerden de anderen, wild-opdringerig; wat of ze had, en of ze ging deelen?

»We zijn met z'n ..« telde ze berekend, »hij ook,« zei ze en wees naar den nukkigen jongen.

«Natuurlijk,« meende een ander: »we tellen allemaal mee, laten we gaan zitte, daar op 't stoepie.«

smakte er een met schitterende oogjes van ondeugd; >dat scheelde maar weinig hè, Toos had er al drie, we hadden 'r haast een gepienifd, maar dat wijf is zoo glad, jo.«

»An kersepitten of garribaldi's had je veel meer gehad, hè« fluisterde er een klein-ontevreden achteraf.

»Zóó . . . en als-je niet lust, krijg-je niks,« drifte Toos dreigend terug toen ze 't hoorde: »dan laat je t maar staan.«

12»