is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een keuken. . enne we hebben een grootjè . . za-je 's zien.«

»Wat hebbe jullie daar allemaal.. ?« vroeg het oudere zusje van Toos die zich door de leuning naar binnen wrong; »wat hebbe jullie ?«

Warm, hijgend bond ze haar afzakkende kous op. 't Jurkje groezel-blauwig verschoten en gelapt hier en daar, soepelde wijd los om de schouders.

»Ik hol me dood, wat heb-je Toos? we hadden net zoo'n pret met die nieuwe kinderen van boven 't winkeltje, en Pietje, jouw broertje!

Een ionge zeg,« druk babbelde ze door; »zoo'n lekkere duvel met van die kromme beentjes . . hoe oud is die Pietje van jullie, zeg Kees ?«

»Vier jaar,« zei de jongen: »vader zegt hij het de engelsche ziekte gehad, maar ik geloof 't niet, hè Jet, we hebben d'r niks van gezien.«

«Engelsche ziekte ?« schouderschokte de ander vragend terug: »laat je niks wijs maken, zoo'n kleintje., dat hebbe enkel de groote menschen, . . geef me nou wat Toos, hoe kom-je d'r an?«

»'k Heb een cent van grootje,« zei Toos en zocht in haar hand naar een kleverig brokje.

»Van grootje ?« vroeg de ander verbaasd, het pietsje op haar warmen vinger bekijkend: »zoo maar voor niks ?«

»Ja zóó maar,« antwoordde de ander fluisterlachend .. . »maar 'k most zegge. . . nou 'k most zeggen van