is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Ja ze is al oud .. ze het héélemaal grijze haren . . . En ze vindt 't altijd koud., als de zon schijnt, hè Toos, dan het ze nog vuur in d'r stoof, zoo koud als ze 't het.«

»Als wij bij jullie benne Riek, vertel je dan óók,« vroegen de andere twee. »Me vader kan ook wel vertellen^ zei de jongen, »maar niet dikwels, zie-je, die weet wel een heeleboel, maar niet van die verhaaltjes.«

»Ze vertelt altijd . . en dan gaan we op zolder, dan hebbe we lol,« grinnikte de kleinste: >we hebbe een schop ook, hè, die het Henk gemaakt en als je hoog gaat, dan kom-je met je beenen haast bij den zolder.*

»En komt je grootje dan ook?«

»Bè-je gek kind, grootje op zolder, hoe kom je daarbij, ze kan haast niet loope, die zit altijd stil voor 't raam en dan kijkt ze naar buiten.»

«Heerlijk. .« juichte de ander in kleine verrukking, »dan gane wij bij d'r zitten, hè Kees als we voor goed bij jullie zijn, we hebben nooit een grootje gehad, zie-je.«

Buiten vervaagde het zonlicht tot een grijs-sluierende schemer. De bovenste ramen van de hoog uitstekende huizen, schitterden nog met een glimpje van zacht zilverlicht, toen de kinderen onbewust als uit een droomleven ontwaakten.

Ja, nou was 't uit. . .

>Prachtig!« klonk 't in stille verrukking.

»Hè, is t nou al uit,« lispelden fluisterende stemmen,