is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tige lieden en alzoo was 't geval met den rooden deugniet: en hierom schuwde hij den koning en het hof, omdat hij er niet veel goeds van te verwachten had.

En inderdaad, van al die daar vergaderd waren, was er niemand buiten Grimbert de das, die niet 't eene of ander gereed had om te klagen over Reinaerts kwade streken — 't was een algemeen©, groote beschuldiging die tegen hem opging.

* *

*

HET TWEEDE HOOFDSTUK. — HOE REINAERT DE VOS DOOR DEN WOLF EN DOOR VELE ANDERE DIEREN VOOR DEN KONING WORDT AANGEKLAAGD. — —— — — — — — —

ET perk was schoon en rondom opgetimmerd te midden het bosch en de koning zat nevens zijn koninginne onder de kappe van een grooten eik. En daar was een groote, open plaats te midden en daarrond, in een kroone tegen den wand

van palen, zaten de toeschouwers dichte tegeneen.

Maar Isegrim de wol! met al zijn magen, kwam zoo seffens vooruit tot bij den koning. En zonder stameren begon de wolf alzoo:

— Genadige koning 1 heere van ons allen, ik smeeke u, bij uwe genade en groote goedertierenheid, met al uwe macht, ontferm u mijner en geef acht op al de schade die Reinaert mij zooveel heeft aangedaan, waar ik dikwijls 't verlies en de oneer van verdragen heb. En boven al 't ander, ontferm u daarover dat hij mijn vrouw heeft gehoond en bedrogen en mijn kinderen