is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reinaerts bekeering en dat we nu eerst een pleizant leventje zouden hebben. Ge hadt de blijdschap moeten zien en 't gekakel moeten hooren!

Maar 't berouwde ons al te licht en een kwade avonture stond ons daar te wachten. Want Reinaert, die felle pesthond, lag ons af te loeren bachten de hage, hij kroop er door een gat en. stond ons den weg naar de poorte af. Toen had hij allicht een van mijne kinderen uit de kudde gesnapt en in zijn male gestopt. Grooter rampen bedreigden mij toen, want sedert zijn gulzigen muil weer kiekenvleesch gesmaakt had, was er wachter noch hond meer fel genoeg om ons te bewaken en te beschermen. Heere, wees ons toch genadig! — Reinaert legde zijne listen bij dag en bij nachte en roofde maar altijd voort van mijne kinderen. Zoodanig is hun. getal nu verminderd dat ze van vijftien tot op vier na versmolten zijn. Zooveel heeft er dat roode ongehier in zijn muile verslonden. Gister nog heeft een hond hem de treffelijke Coppe ontjaagd, die ge hier vóór u ziet op die lijkbare liggen. Dit beklage ik u met groote droefheid, ontferm u mijner, zoete heere I