is toegevoegd aan je favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meest bij zal verliezen. Maak u niet ongerust in mij.

Bruin was preusch met de belangrijke zending, te meer daar hij met Reinaert al een eitje te pellen had en dat hij alzoo zijne schuld zou betaald krijgen. Nu neemt hij afscheid van 't hol maar 't zal hem slecht bekomen.

Hij is reeds op weg en stapt vol stouten moed vooruit. In zijn herte gevoelde hij het en 't dacht hem onmogelijk dat er iemand boos genoeg kon zijn of dat Reinaert hem beleedigen zou. Hij vreesde niet. Door de kromme wegen van een groot woud ging hij en kwam in een uitgestrekte woestenije waar Reinaert zijn eigen wegels had die hij afketste krom en recht, wanneer hij uit het bosch kwam om zijn bejach te doen. Beneden en tenden de woestijne lag een hooge en lange berg waar Bruin dweers over moest om te Manpertuis te geraken.

Reinaert had meer dan eene woonst, maar 't kasteel van Manpertuis was verre zijn zekerste schuilplaats. Daar trok hij binnen en stak er zich weg hij slechten tijd en kwade dagen, wanneer 't elders niet veilig meer scheen en hij met nood bevangen was.

Alzoo is Bruin zoo lange en zoo verre gegaan tot hij te Manpertuis gekomen is. Toen hij de poorte ontwaarde waar Reinaert uit en in placht te komen, is hij tegen den voormuur gaan zitten op zijnen steert, en daar heelt hij zich overdacht hoe hij 't best beginnen zou en dan heeft hij geroepen, overluid:

— Reinaert, zijt gij t' huis? Ik ben Bruin en 's konings bode; bij zijn god heeft hij gezworen, is 't dat ik u niet mede en brenge, om recht te geven en recht te nemen en dan verder in vrede voort te leven, gij buiten genade valt en de galge en 't rad staan voor u gereed. Reinaert doe 't geen ik u rade en kom met mij mede naar 't hof. —