is toegevoegd aan je favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VIJFTIENDE HOOFDSTUK. — HOE REINAERT MET GRIMBERT UITZET TEN HOVE EN ONDERWEGE ZIJNE BIECHTE SPREEKT.

EINAERT bleef een wijle in beraad en scheen de woorden van zijnen neve diepe te overwegen; dan rechtte hij heel bedaard het hoofd en sprak:

— Mijn neve, gij spreekt de waarheid maar kome ik ten hove daar kome ik

te midden in 'skonings hovelingen, die allen op mij verbolgen zijn. Kwame ik er goed van af 't zou mij verwonderen; nochtans denkt het mij nog 't best — gebeure wat er mag gebeuren — dat ik met u ten hove ga dan dat het al verloren zij, kasteel en vrouw en kinderen en mijn eigen leven daarbij. Ik en kan den koning niet ontgaan want hij is mij te machtig: als gij wilt, we zullen vertrekken.

Dan ging Reinaert afscheid nemen van zijn vrouwe

Hermeline:

En nu, vrouwe, zei hij, ik beveel u mijne kinder-

kes bezorg ze goed. Zorg bovenal goed voor mijn zone Reinardijn, zijn knevelhaartjes staan hem zoo schoone op zijn snuitje rond en rond. Ik hoope dat hij van mij geslachten zal: hij heeft een aartje van zijn vaartje. Daar hebt gij ook nog Rosseel, een schoone dief te wege, die zie ik even geern als iemand zijn kinderen kan geerne zien. Al is 't dat ik nu moet vertrekken, 'k zal 't mij wel ter hert© nemen opdat ik ginder gauw los gerake. Neve Grimbert, God zal t u loonen dat gij mij zoo genegen zijt.

Alzoo, met hoofsche woorden en schoone beloften, nam Reinaert afscheid van de zijnen en verliet zijne woonst. Ai, hoe droevig bleef vrouw Hermeline met hare kinderkes alleen toen Reinaert Manpertuis ver-