is toegevoegd aan je favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koning wild© doen uitroepen. Onophoudelijk smeekte ik God en vroeg hem dat hij den. koning mijnen, heere zijne weerdigheid behouden liete. Ik wist maar al te wel dat, moest mijn vader zijn schat behouden, hij en zijne makkers ondereen het voornemen wel zouden doen gedijen tot de koning verstooten en onttroond werd.

Alzoo liep ik in zware en diepe gepeinzen beslommerd en zocht om te vinden hoe ik het achterhalen zou waar de schat dien mijn vader gevonden had, wel mocht verdoken zitten, t' Allen stonde spiedde ik mijn vader al, en legde mijn valstrikken in menigen bosch en bachten menige hage, zoowel achter de velden of in 't woud; overal waar mijn vader, die listige oude kerel, henen trok, volgde ik hem. Weder het verre was of bij, of bij schoon of slecht weêr, bij nachte of bij dage, altijd was ik op de wacht om iets over den schat te vernemen.

• •

HET VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. — HOE REINAERT DE ONTDEKKING VERTELT VAN DEN GEBORGEN SCHAT EN HOE HIJ DE SAMENZWERING VERIJDELDE. — — — — — —— —

LZOO gebeurde het zekeren dag dat ik in een vore gekropen was en mij gedekt had met groote varens en uitgestrekt bleef liggen om iets te vernemen van den schat dien ik begeerde. Toen gelukte |t alevenwel dat ik mijn vader zag die uit

een hol kwam gekropen. Toen begon ik hoop te krijgen den schat te vinden door de verdokene doening en de