is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken, mij op een haar: want met toornig gemoed spelen zij hun spel op degenen die zij haten, maar ze houden het wezen vriendelijk omdat de vijand zich te minder voor hen hoeden zou. Alzoo krijgen zij hem onder den voet en bijten hem de kele open. Dat is de aard van Reinaerts spel en doening. Zij zijn ook wonder rap van grepe, ook iets dat onzen aard eigen is.

— Mijn oom, gij moogt u wel verheugen, sprak Grimbert, want het is een schoone troost, kinderen te hebben die zoo brave zijn. Het doet me genoegen dat het zoo valt dat ze tot mijn geslachte behooren.

— En nu, Grimbert, sprak de vos, gij hebt gezweet en zijt vermoeid, het zal wel tijd worden dat gij ter ruste gaat.

— Gelijk gij wilt, oom, het dunkt mij ook dat het goed zal zijn.

Toen ging hij al gauwe gaan liggen op een beddeken van strooi. Reinaert, zijn vrouw met heel de bende gingen ook slapen, maar Reinaert was zeer bezwaard door kommer en onrust, hoe hij zich best onschuldigen ging. Heel den nacht lag hij en zuchtte en zocht hij raad te vinden bij zijn eigen. Des morgens met 't klaren van den dag vertrok hij met Grimbert uit zijn hol. Maar eerst nog nam hij schoone afscheid van vrouw Hermelijne en van al zijne kinderen.

— Vrouwe, laat het u niet verdrieten, zegde hij, ik moet immers naar 't hol toe met Grimbert mijnen neve. En als 't gebeuren moest dat ik wat te lange weg blijve, zij daar niet verlegen om. En al moest ge van mij eenige leede mare vernemen, neem het altijd op al den besten kant. Maar wees altijd op uwe hoede en bewaart onze vesting. Ginder zal ik 't beste weten uit te werken alnaar ik het gelegen vinde.

— Och Reinaert, kermde Hermelijne, nog nooit en