is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ACHTTIENDE HOOFDSTUK. — REINAERT LIEGT ER NOG EENE ANDERE HISTORIE BIJ DIE OOK OP DEN SPIEGEL ZOU STAAN, IETS VAN DEN WOLF EN DEN KRAANVOGEL. - — —

P datzelfde raam stond er ook nog iets geschilderd van den wolf, die met wil of met werken nooit iets goeds en verrichtte. Er stond daar, hoe hij eens op de wilde heide, een dood peerd gevild vond liggen. Maar het vleesch was er

geheel afgegeten. Toen ging hij bijten groote beten aan de beenderen, die hij inslikte, drie vier teenegader in zijnen balg: want hij was weeral wroed van honger. Zoo gulzig was hij dat er hem een been dwars in de keel schoot, waar hij veel pijne door leed. Hij zocht om hulp bij al de wijze meesters en beloofde hun groot geld als zij hem zijn ongeval konden genezen. Ten langen laatste, toen hij overal rondgeloopen had en nergens geen bate en kreeg, kwam hij bij den kraanvogel die een langen hals had en een scherpen bek. Aan dien vogel vroeg hij zijn ongemak te helpen: hij zou het hem wel loonen en het zou hem eeuwiglijk voordeel bijbrengen. De kraanvogel hoorde hoe schoon hij het vroeg en stak zijnen hals tot tenden den wolf zijnen strot en trok hem met zijnen bek 't been uit. De wolf verschoot door den snok. ,,Aie!" riep hij, gij doet mij pijne. Ik vergeef het u maar en doe het niet meer! Van een ander zou ik het niet verdragen." — „Isegrim, ga nu en wees verblijd," sprak de kraan, ,,want gij zijt genezen! Geef mij nu 't geen mij toekomt." Maar de wolf zegde: „Hoor nu eens dien zot! Ik ben zelve misdaan en nu wil hij nog vergelding op den hoop toe. Hij en gedenkt de weldaad niet die ik hem bewijze: want hij stak zijn hoofd in mijn muile en