is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met u, zeer lieve nichte? Dees zijn mijn neefjes van eigen bloed, mijn schoone neefjes die jongelingen. — ,,'k Had liever dat men ze aan de galg hing," zei hij, ,,dan zooiets te zeggen." — Ja oom, daarom moest gij zulke betalinge krijgen gelijk men ze u daar toediende. 't Was nochtans even gemakkelijk om het keeraafsche te zeggen. Men moet somwijlen om beterswille liegen en de waarheid vermijden. Onze meerderen hebben 't ons zoo geleerd en voorgedaan.

Zie, heer, alzoo kwam het dat hij die roode huive kreeg. Nu staat hij daar gelijk een onnoozel schaap. Vraag het hem liever of 't alzoo gebeurde. Hij was daar heel dichte bij, hij weet het wel.

HET VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. — HOE ISEGRIM AAN REINAERT DEN HANDSCHOEN WERPT TEN KAMPSTRIJDE. — — — —— —

SEGRIM was niet zeer tevreden met

Reinaerts vertelsel. Hij kwam nader om zijn misnoegdheid uit te werken en hij riep in gramschap:

| — Spotten en schimpen en spijtige tale vnoron iriint rtii wM. fflllfi Reinaert.

Gij zegt dat gij mij gespezen hebt op den stond dat ik haarna om sterven was van honger — dat is gelogen: want 't been dat gij mij gaaft daar hadt gij letterlijk al het vleesch afgeknaagd, zoodat er geen zierken meer aan en was, en dan hebt gij met mij nog gespot daarbij omdat ik te verhongeren stond. Gij schendt mijn eere al te stijf. O Reinaert, wat hebt gij menige spijtige reden en leugen op mijne kappe