is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen der schoonheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is nog een maatstaf voor de richting van lijnen.

Wij staan recht tegenover het ruimtedeel, dat wij aanschouwen, dat wil zeggen, dat de rechtsche deelen even ver van het oog liggen als de linksche. Wij kunnen, als het ware, eene lijn trekken, waar het ruimtedeel, dat wij beschouwen, begint. Deze lijn zal de richting van zien rechthoekig snijden. Dit rechthoekig voor de zaken staan is een maatstaf bij het richtingsgevoel.

Gelijk bij een stel evenwijdige lijnen geldt voor elke lijn. dat de richting van eene lijn ons ook doet voelen de lijn. welke er loodrecht opstaat.

In beeld wordt dit uitgedrukt door eene lijn te geven niet zijne tegenbeweging, dat is, de lijn, welke in de natuur er loodrecht opstaat.

In het algemeen (in groote trekken) kunnen wij zeggen:

1. W anneer in een schilderij de grootste aandacht op het oogpunt valt. moet de voorgrond horizontaal versierd zjjn (ook de bovenkant van liet schilderij).

2. Wanneer de aandacht rechts van het oogpunt getrokken wordt, moet het voorplan zóó versierd worden, dat de linksche deelen hooger liggen dan de rechtsche en van de plannen boven tegen de lijst zoo, dat de rechtsche deelen hooger dan de linksche liggen.

3. Wanneer de aandacht links van het oogpunt ligt, zal de versiering van den voorgrond zoo dienen te zjjn, dat de rechtsche deelen hooger liggen dan die van links en boven tegen de ljjst de linksche lager dan de rechtsche.

Ik noem dit de lijn met zijne tegenstelling.

(his oog, het gezichtsveld, neemt het beeld bij den eersten oogopslag in zijn geheel in zich op, maar onvolkomen, vaag.

Het oog richt zich tot nadere beschouwing <>p de deelen. De spierbeweging van het oog en iris is. bij het zien, eene noodzakelijke actie, om «le zenuwen in staat te stellen de vormen over te brengen, welke in het bewustzijn eerst beteekenis krijgen. Het bewustzijn eisclit snelle observatie en