is toegevoegd aan je favorieten.

Het geloof van den nieuwen mensch

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrip der menschen door hun besef te verleven digen, dat hun liefde tot hun natuurgenooten een uitvloeisel moest zijn van hun éénheidsgevoel met de scheppende godheid. De mensch moest zich „kind van God" voelen, en daarom alle menschen liefhebben als zijn broeders en zusters. En toen in de middeleeuwen het katholieke volk legenden schiep, tot levend getuigenis van zijn religieherleving, herzag en herschiep dat volk tegen de officieele kerkleer in, met onbewuste wijsheid zijn liefdebegrip, door Maria naast God te vereeren. God, d e Liefde, werd daardoor menschelijkvrouwelijk geaard, d e Liefde verkreeg door die volksschepping iets zinnelijk-teers, iets vrouwelijks, dat voordien haar strakke majesteit vreemd was.

En nu, in onzen tijd van religieherleving is 't wederom de taak der nieuwe menschen, zich wèl duidelijk te maken, hoe n u het liefdebegrip algemeen begint herzien te worden en herschapen.

Forsch en fier heeft Nietzsche, in naam der groeiende nieuwe menschheid, wier mond hij is, de verdieping van het liefde-begrip voor onzen tijd uitgesproken: „Wee allen, die beminnen, als zij niet een hoogte bereikt hebben, die boven hun medelijden uitsteekt".1) — Liefde is iets

*) Aldus sprak Zarathustra. Tweede deel: Over de medelijdenden.