is toegevoegd aan je favorieten.

Het geloof van den nieuwen mensch

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Als wij den god der traditie hebben afgebroken en den god der rhetorica hebben laten varen, eerst dan kan God met zijn tegenwoordigheid het hart verwarmen".

Welnu, de god der traditie, de god der rhetorica is nooit zoo echt rhetorisch gediend geworden als in de negentiende eeuw. De geloovigen van vroeger waren óók niet geheel vrij van holle rhetorica. Maar bij de beste van hen lééfde toch iets echt menschelijks, iets echt goddelijks. Dat echt menschelijke leven bediende zich wel van dogmatische vormen om zich verstaanbaar te uiten voor zijn tijd; de inhoud echter van dat leven was geen enge kerkelijkheid, maar het natuurlijk god-menschelijke, dat geliefd wordt door alwie natuurlijk, god-menschelijk leven kan. Augustinus b.v. was katholiek. Toch kunnen zijn „Belijdenissen" doorvoeld worden ook door den modernsten mensch van onzen tijd, omdat die „Belijdenissen" echte uitingen zijn van ongemaaktmenschelijk leven. Thomas van Kempen was katholiek. Maar zijn „Navolging van Christus is de vertolking van het innigst menschelijke in hem, en kan daarom gewaardeerd worden door allen, die innig doorvoelde menschelijke emotie kunnen onderscheiden van gemaakte vroomheid.