is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BEDR1J F.

Een mooie tuin, onregelmatig maar smaakvol aangelegd. Op den achtergrond ziet men den fjord met zijn eilanden. Links van den toeschouwer het hoofdgebouw met een veranda en daarboven een openstaand zolderraam. Rechts op den voorgrond een open prieel met tafel en banken. Het landschap ligt in sterk avondlicht. Het is in den voorzomer; de vruchtboomen bloeien.

Rij het opgaan van het gordijn, zitten mevr. Halm, Anna en juffr. Ekster in de veranda, de beide eersten met een handwerk, de laatste met een boek. In het priëel ziet men Valk, Lind, Gondstad en Stuiver; op de tafel staat een punchbowl met glazen. Zwaanhilde zit alleen op den achtergrond bij het water.

Valk (staat met opgeheven glas en xingt).

Tot vreugde en genot werd u gegeven In stillen bloemhof, zonblijde dag;

Vergeet dat de herfst vaak niet kan geven Wat lente beloofde met lieven lach.

Bloesemtakken vol zoete geuren Breiden zich welvend over u uit. ..

Laat dan van nacht de storm ze verscheuren, Strooien langs velden en wegen zijn buit.

Waarom te vragen naar rijpe vruchten Als alle boomen te bloeien staan ?

Waarom toch treuren, waarom zuchten,

Zwoegend en slavend door 't leven gaan ?

Waarom in 't veld toch op hooge stangen Vogelverschrikkers met jas en hoed?

Broeders, wij willen der vogels zangen Klinkend in 't oor ons lieflijk en zoet.

1