is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stuiver (onverstoorbaar).

Ja, dat gaat best; dat weet ik nog zoo goed;

Zoo deed ik 't ook ...

Goudstad.

Wat? Heeft u ook gedicht?

Jufl'r. Ekster.

Mijn vriend? O ja!

Stuiver.

Och, 't was niet van belang.

Juffr. Ekster (tegen de dames). Hij 's in zijn hart romantisch.

Mevr. Halm.

Ja, dat is hij.

Stuiver.

Och nu niet meer; dat is al lang geleden.

V a 1 k.

Vernis en romantiek die slijten op den duur.

Maar vroeger wel dus ... ?

Stuiver.

Ja 't wa^ in dien tijd,

Toen ik verliefd was.

Valk.

Was? Is die dan al voorbij?

Ik dacht niet dat je lieftleroes al uit was!

Stuiver.

Nu ben ik immers officieel verloofd,

Dat is toch beter dan verliefd zijn, dunkt mij.

Valk.

Zeer juist, mijn beste vriend, dat vind ik ook!

Aldus gepromoveerd was 't moeilijkste overwonnen; Bevordering van minnaar tot geliefde.

Stuiver (met een welgevallig herinneringslachje). Het is toch zonderling! 'k Zou haast gaan twijflen Of mijn herinnering mij niet bedriegt, (tot Valk gewend) Nu zeven jaar geleden,... 't is de waarheid!

Maakte ik in stilte verzen op 't kantoor.

Valk.

Maakte jij verzen . .. waar?

Stuiver.

Wel, aan de tafel.

Goudstad.

Silentium! De klerk heeft nu het woord!