is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevr. Halm.

Wel, lieve Heer, zijn naam is immers Strooman.

Valk.

Jawel; dien naam heb ik wel eens gehoord;

En ook gezien dat hij nu werkzaam is Als kamerlid, op 't veld der politiek.

Stuiver.

Ja, hij spreekt goed.

Goudstad.

Maar jammer dat hij schor is.

Juffr. Ekster.

Hij komt hier niet zijn vrouw en ...

Mevr. Halm.

Met zijn kinderen ...

Valk.

Om die vooraf een beetje pret te gunnen . ..

Want daarna krijgt hij handen vol met werk. Met Zweedsche kwesties en veel andere zaken.

Ja, dat begrijp ik.

Mevr. Halm.

Dat is een man, mijnheer! Goudstad.

Ja, in zijn jeugd was hij nog al een schalk.

Juffr. Ekster (gekrenkt).

Toch niet, mijnheer! Want al toen ik nog klein was Hoorde ik met grooten eerbied altijd spreken —

En dat door menschen die men g'looven kan —

Over den dominee en zijn roman.

Goudstad (lachend).

Roman ?

Juffr. Ekster.

Jawel. Ik noem zoo iets romantisch, Wat alledaagschen niet waardeeren kunnen.

Va ik.

O, mijn nieuwsgierigheid is hoog gespannen.

Juffr. Ekster (voortgaande).

Maar och. er zijn natuurlijk altijd menschen Die door 't aandoenlijke zich laten prikk'len Tot spotternij! Het is genoeg bekend,

Dat iemand hier, hij was nog maar student, Zoo ongehoord pedant, zoo erg brutaal was, Om ,William Russell* zelfs te kritiseeren.