is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zag terstond toen 'k je voor 'teerst ontmoette,

Hoe weinig je op de anderen geleek,

En hoe geen een je eigenlijk begreep.

Rondom de tafel zaten ze allemaal,

Met kopjes thee,... en de gesprekken gonsden,

De dames bloosden en de heeren kirden

Als tamme duiven op een zomerdag.

En over godsdienst, zedelijkheid zelfs,

Werd er gepraat door meisjes en matronen, En huislijkheid gevierd door jonge vrouwen,

Terwijl jij eenzaam zat, als heel alleen.

En toen 't gebabbel eindlijk was gestegen Tot roes, een thee- en prozabachanaal,...

Toen glansde als zilver jij, een edel muntstuk, Als tusschen koper en papier verdwaald.

Jij waart een goudstuk uit een verre landstreek Dat hier berekend werd naar andre koers,

En nauwlijks gangbaar in een licht gesprek,

Waar verzen, boter, kunst en dergelijken Behandeld werden ... juist sprak juffrouw Ekster ...

Zwaanhilde (quasi ernstig). Terwijl haar minnaar, als een ridder koen,

Zijn hoed in de armen als een schild, daar stond ...

Valk.

Toen over tafel heen je moeder knikte:

«Toe, Zwaanhild, drink toch eens, je thee wordt koud."

En zoet dronk je je thee, de slappe, weeë,

Zooals zij allen, jong en oud, daar deden.

Maar daadlijk trof en pakte mij die naam;

De wilde Völsungsage, gruwlijk, wreed,

Met heel haar lange rij verslagen ridders,

Scheen tot in onzen tijd mij toen te reiken;

'k Zag als een tweede Zwaanhild daar in jou,

Vernieuwd en in een andere gestalte.

De leugenvlag moest 't recht tot oorlog dekken

Eertijds, nu eischt het volk zelf recht en rust;

Maar zondigt iemand tegen ónze zeden

Dan moet voor zijn geslacht hij schuldloos boeten.

Zwaanhilde (licht ironisch). Ik dacht wel allerminst dat uit theewasem Zulk bloedig fantazeeren kon ontstaan;