is toegevoegd aan uw favorieten.

De stadhouders van Friesland uit het Huis van Nassau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LODEWIJK.

te veel. Openlijk trad hij op den Landdag van 1593 tegen Roorda c. s. op, den Staten verzoekende tusschen hem en zijn belagers recht te doen. „Ik wil niet zeggen", zoo sprak hij o. m., „in mijne regeering nooit overtreden, nooit gefeild te hebben, want ik ben een mensch en geen engel; maar betuige bij de hoogste waarheid, nooit opzettelijk des Lands best te hebben verzuimd of verkocht".

Willem Lodewijk wist alle samenspanningen te ontzenuwen en al moest hij aan zijn vader schrijven: „Naarmate ik mij meer verdienstelijk maak, word ik meer verdacht", hij mocht ten laatste aller harten winnen en zag zich met den naam van „Hayte" (vader) vereerd.

Ook de Staten der provincie wisten hem te waardeeren, zoodat hij meermalen „ter erkentenis, belooning en vergoeding van de groote diensten aan den Staat bewezen", aangename blijken van dankbaarheid en vereering ontvangen mocht. In 1598 schonken zij hem als zoodanig /36000 en in 1609 werd zijn politiek traktement verdubbeld, zijn militair inkomen op /'SGOOO gebracht.

Als Stadhouder bleef hij zijn leuze: „Wils Got, mit Ehren" steeds getrouw en in alles hield hij het welzijn van de gewesten — in 1594 werd hij ook Stadhouder van Groningen — aan zijne zorgen toevertrouwd, voor oogen.

Het algemeen belang des Staats Wien hij zichzelv' had toegeheiligd,

Hield in zijn ziel de hoogste plaats,

En werd door hem beveiligd.