is toegevoegd aan uw favorieten.

De stadhouders van Friesland uit het Huis van Nassau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LODEWIJK.

te voorkomen en toch zijn devies: „Wils Got, mit Ehren" niet te hebben verloochend.

Terwijl de verhooren van Oldenbarneveld plaats hadden en de bijzondere rechtbank van 24 grooten en machtigen de vierschaar spande, bracht de inmiddels bijeengekomen Nationale Synode hare gewone zittingen ten einde, om juist op den dag der terechtstelling in buitengewone zittingen saam te komen. Friesland had de eer twee zijner uitnemendste zonen in deze hooge vergadering met zeer gewichtige posten bekleed te zien. Immers, Bogerman werd aangewezen om den voorzitterszetel in te nemen, terwijl t estus Hommius, ons reeds uit de Delftsche conferentie bekend en te dien dage predikant te Leiden, een harer scriba's was.

Den triomf, dien de Gereformeerde beginselen op de Synode Nationaal te Dordrecht wegdroegen, heeft Willem Lodewijk, de kloeke strijder voor het Calvinisme, niet lang mogen overleven. De landdag, in April 1620 te Leeuwarden saamgekomen, had gewichtige aangelegenheden te behandelen en zou o. a. moeten bepalen, of de kerkenordening van 1618 en 1619 door de Staten van Friesland ook voor de Friesche kerken verplichtend zou worden gesteld. De stemmen van de steden hadden gestaakt en die der gouwen schenen het beginsel der zelfregeering toegedaan. Den 12en Mei had de Stadhouder nog ijverig zijne krachten aan de belangen van de provincie gewijd, toen hij plotseling door een beroerte getroffen werd. Scheen het einde van den algemeen beminden stadhouder aanvankelijk nog niet zoo nabij, als men eerst vreesde, toen zijne spraak was belemmerd en hij gedeeltelijk verlamd bleek, — hij zelf voelde maar al