is toegevoegd aan uw favorieten.

De stadhouders van Friesland uit het Huis van Nassau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HENDRIK CASIMIR II.

Nu de binnenlandsche vijand bezworen was, kon men zich beter tegen den buitenlandschen overweldiger toerusten. Ook de jeugdige Stadhouder nam daaraan een ijverig deel. Gedurende de maanden Augustus en September treffen wij hem aan in het hoofdkwartier te Heereveen, waar Johan Maurits van Nassau en Aylva hunne troepen bijeengetrokken hadden om Friesland tegen den Munsterschen kerkvorst te beschermen.

Zijn eerste veldtocht maakte de Prins in 1674 mee, toen hij onder leiding van den hofmeester Vegelin van Claerbergen naar de zuidelijke Nederlanden vertrok en wel op verlangen van Willem III. Immers in een schrijven van Albertine Agnes aan de Gedeputeerden van Friesland, Groningen en Drente, meldt deze: „Wij hebben niet willen naarlaten UEdel Mogende mits deesen te verwitttigen, dat wij op het instandich begeeren van den Heere Prince van Oranien onsen neve hebben permissie gegeven aan den Prince onsen soone om mede den aenstaande veldtocht te mooge doen, ende hem aldus volgens 't exempel zijner loffel. voorouders van zijne jeugt aff bij alle gelegenheeden in de wapenen te oeffenen", enz.

In den bloedigen slag bij Senef week hij niet van de zijde van Oranje, doch had het ongeluk van zijn paard in een laagte te storten. Hierdoor bekwam hij eene kneuzing, welke een bloedspuwing ten gevolge had en oorzaak was, dat hij later voortdurend daaraan sukkelde en nooit meer goed gezond werd.

Hij was bij de belegering van Oudenaarde tegenwoordig, volgde Oranje naar Grave, een van de sterkste vestingen, „versien met over de 400 metallen canon, abundantie van ammunitie en vivres" en nam aan vele andere ondernemingen deel.