is toegevoegd aan uw favorieten.

De stadhouders van Friesland uit het Huis van Nassau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HENDRIK CASIMIR II.

bedekte handel met Frankrijk werd gedreven, waarin Hendrik Casimir persoonlijk betrokken was. „Het is maar al te klaar" schrijft Willem III, „dat het een krijg van intrigues zal worden, 't geen ik vrees, dat ons ten laatste zal ruïneeren. Van alle intrigues, die Frankrijk bij de hand heeft, is die in den Staat het dangereuste en inzonderheid die in Friesland. Men zal haast moeten zien, of de Prins van Nassau weder terug wil komen of het gebit op zijn tanden nemen, in zulk een geval moet men hem niet sparen."

Verre van onschuldig waren die onderhandelingen met Frankrijk. Zij bedoelden niet minder dan met hulp van Lodewijk XIV, Hendrik Casimir aan het hoofd der Republiek te stellen. Willem III drong telkens bij den raadpensionaris er op aan Friesland voldoening te geven en te trachten „hoe eerder hoe beter" dit onverkwikkelijk geschil uit den weg te leggen.

Ook de Prinses van Nassau verlangde zeer naar bijlegging van den twist. Te dien einde kwam zij op het einde van 1694 naar "-Gravenhage en mocht het genoegen smaken een volkomen verzoening tot

stand te brengen. , ,

Hendrik Casimir begon in te zien, dat de beste behartiging van de belangen van 't algemeen, het bevorderen van de inzichten van Willem III was. Langzamerhand week daardoor ook de oppositie van Friesland en werd de eendracht tusschen de verschillende gewesten hersteld. De belastingen werden weder opgebracht, de regimenten, die op de repartitie dezer provincie stonden, werden weder voltallig gemaakt en om alle geschil ook voor het vervolg weg te nemen, verklaarden de Generale Staten, dat omtrent den rang tusschen de veldmaarschalken Hendrik Casimir