is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeugd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moet dat juist vanavond?"

Guust zag op tegen dat gesprek, vooral nu, nu hij aan Leida wilde denken.

„Waarom niet? Vanavond is 't zoo goed als een andere. Maak maar eerst je werk af."

Guust ging weer aan 't rekenen, maar 't ging nog moeielijker dan straks: hij had nu 't gevoel, dat zijn vader op hem zat te wachten.

Waanders wou altijd, dat hij in de huiskamer zou werken, en Guust zou veel liever boven op zijn eigen kamertje zitten: t voelen van zijn vaders bijzijn, het weten, dat er op hem gelet werd, belette hem om rustig te werken.

Om tien uur was hij klaar, langzaam legde hij boeken en schriften bij elkaar, zat toen stil, afwachtend wat zijn vader zou zeggen.

„Ik heb besloten, dat je in de medicijnen zult studeeren," zei Waanders kortaf.

„En ik heb er niets geen zin in." De woorden glipten ineens uit zijn mond, vanzelf, alsof hij dat antwoord al lang klaar had gehad, en toch kwam 't juist plotseling in hem op, nu zijn vader ook zoo kortaf beslist sprak.

„Gekheid.... je weet er niet genoeg van om dat zoo maar te zeggen."

„Dat weet ik wèl, vader," zei Guust levendig. „Ik weet, dat 't een vak is, waar je je heelemaal aan moet geven, waar je van moet houwen, anders blijf je er toch een lammeling in."

„Zeker, daar heb je gelijk an, maar dat verwacht ik ook van je."