is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeugd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is 't triestig weer," zei Leida.

Heerling lachte even. „Ja, vroolijk is 't niet, maar dat zal jou nog niet hinderen."

„Ik heh toch ook liever zonneschijn."

Natuurlijk, maar zie je wel hoe mooi dit ook is? alle kleuren zijn nu zoo verzacht.

Ze zwegen weer. Heerling liep graag zoo stil, denkend zijn eigen gedachten, toch met 't weten dat Leida

naast hem liep.

Leida dacht aan Guust; ze zou zoo graag eens over hem praten; ze zocht iets, dat ongezocht zou lijken hij 't vertellen, maar telkens als ze wou beginnen, was ze bang, dat haar stem vreemd zou klinken.

Eindelijk vroeg ze: „Hebt u Willemien Waanders de Mondscheinsonate al es hooren spelen?"

Ze hoorde zelf, dat haar stem niet heelemaal natuurlijk klonk, er was iets hoog-hijgends in, ze durfde haar vader niet goed aankijken.

Maar hij antwoordde kalm: „Nee; doet ze t

mooi?"

'k Weet niet... technisch heel correct, maar ik hoor 'm toch liever door iemand anders spelen. Willemien voelt er zoo weinig van, geloof 'k, ze is toch

heel anders dan Guust."

Heerling glimlachte even. „Ja, ze is mij ook te kalm; ik mag Guust ook liever."

„O, u moet es hooren. Guust had 'n bordje met niet-rooken uit de trein meegenomen, en nou wou meneer Waanders met alle geweld, dat hij 't terug zou geven, omdat 't eigenlijk diefstal was."