is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeugd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kan ik dan niet van je zijn al ben je schrijver?"

„O, als dat kon ... en als ik maar werkelijk goed werk gaf, zou 't ook wel kunnen, anderen leven er toch ook van. Eenvoudig wel...."

„Nou, wat doet dat er toe?"

„Och nee, nee, zeg niet te veel, dan word 'k heelemaal week, en dat mag niet, want 't is waar, 't is voor jou beter dat 'k dokter word."

„Maar denk je dan, dat ik dat betere wil ten koste van jou geluk ? Nee, jij moet gelukkig zijn, jij moet gelukkig zijn," zong ze bijna met haar lieve stem, haar hoofd tegen zijn schouder.

Ze was nu weer in die mooie stemming van spontaan-zich-geven, zooals hij haar't liefste zag. Maar juist doordat hij zoo goed voelde, hoe lief hij haar had, kwam dadelijk de drang weer in hem, zich voor haar op te offeren. „Wij zullen samen gelukkig zijn lieverd; 'k zal m'n best doen."

„Maar als je zoo moeielijk kunt, doe 't dan niet. Laat de studie dan, laten we dan wat langer wachten."

„Mijn lief moedig meisje!" En in eens zag hij weer die heerlijk blijde toekomst, hij voor zijn kunst levend, samen met Leida. Hij liet er zich op gaan. „Ja, we zullen ons geluk veroveren, een mooi leven hebben."

„Geld is toch niet alles?"

Hij schrikte. „Geld is véél, véél, lieveling, dat heb ik al geleerd; 't is een monster. Maar toch.... voor wie strijden wil, moet de overwinning te behalen zijn." Toen hij 't gezegd had, voelde hij in eens, dat hij dit

11